de stilte galmt op de muren wipkip ontdaan van kinderhandjes bladeren afgelikt door de wind zuur vervreemd zwarte straatjes ooit ekend door slakgelei op de twee eenden zonder kop na weet nu even helemaal niemand wat de rest van de dieren doet
noknok wie is daar? ik zal kadavers plaatsen op plekken waar jij het nooit verwacht niemand weet dat ik het was en jij zal het denken maar nooit zeker weten je zal je lange haar doorborstelen en steeds meer plukken verliezen vinden in de hekken van verwarring maar het is je eigen schuld je had me nooit fout moeten noemen
en dan hij... jij van wie wind in mijn gezicht blies kijk dan ik adem ik adem bloos je bent net mij blaas bloos maar dan met een piemel kijk dan nog even van jou leerde ik typen zonder hoofdletters voor de rust ps die piemel valt alleen op als je rent
Ik las je verhaal en dacht waren wij dat waren wij dat dan mam toen zij dacht te komen eten zoals pa vandaag de korsten breekt en eindeloos punten hapt Prikte hij de meeste vorkjes toen -Weltruste slaap lekker en tot- Hebben wij jaren gemist broeder omdat wij kleiner leken dan wij waren (ik vertel graag over vissen met bamboehengels en Griekse katten in onze schaduw, wachtend op voedselmusicals en billen tussen boomtakken maar die wandelingen schijnen niet te hebben bestaan). Mam, sokken met gaten gooi ik nu weg en plastic tonijnsalade bakjes ook.
Ik vraag me af he Ik vraag me af of jij mij ongelukkig maakt Ingefluisterd door inspiratie komen tranen als verkrampte lachstuipen omhoog Ik ken mijn eigen trucjes zo goed dat ze expres lijken ingezet Afgeleid door sprookjes Jouw gouden gezicht deed me zilver willen dragen Ik zag je al een tijdje zitten, op gebogen takken Angstvallig geklemd, je zocht blaadjes om te eten en jezelf mee te vermaken Ik hang daar ook ergens, ja hebt me kunnen zien want het waaide Ik draag al jaren hetzelfde elastiekje en boer ik mezelf graag in het gezicht Ik zou je aan willen kijken
Lach je nou serieus? Bakkie drinken, hapje eten, stappen, luieren, lekker Vrouwen met lange benen die zich mijn vriendinnen noemen Hippe mannen Levensgenieter en knuffelberen Toppertjes Tje Zullen we even praten Pak je boeltje Beste dinnetjes en collegaatjes Tje Lieverd Maatje Mijn leventje Hoihoi, toedels, groetjes, pootjes, doeidoei Hihi LOL Ho, ik lach niet, ik ben heel serieus
Waarschuwen mannen elkaar voor vrouwen van dertig? Dat lijkt me wel. Ze was ook bijna dertig net als ik en ze stond op het perron net als ik. "Ik sta met een paraplu, maar het regent niet". Ze vond zichzelf treurig. Ik bekeek die avond haar foto's op Hyves en Facebook en ik zag wat ze bedoelde. Mannen. Vrouw. Ik geloof in ons. We kunnen er nog iets aan doen. Dat lijkt me wel.
Wie verklaard nog een man die vreemdgaat Wie verlaat nog een ongeboren nest Ik vond mijn rust bij varens en veren vol liefde lieten mij opnieuw huilen tot ik viel.Varens en veren verraadden mijn verlangen naar zuivere koffie helder licht en blauwe zeeën vol vlinders. Vlinders. Zitvlakken met vakjes deden mij zitten met mijn benen in de lucht vonden mijn brons gehuld in goud. Dit is pas echt goud zei Sint tegen Piet.
En daar loop je dan met je 0,25 L witte huiswijn in je mandje door de AH...
Blakend en volgegooid door een wereld vol avontuurtjes met huiskatten. Op straat staan ze meestal, op de hoek van de straat met blik op oneindig onschuldig als ik langsfiets. Ik weet wel beter en zij weten nog beter dat ik weet. Hoe laat het dan exact is, ik gok zo'n drie uur. 's Nachts dan natuurlijk. Poets mijn tanden eraf want ik heb moeite met mensen die smsjes beëindigen met "greetz of doeidoei". Bevind ik me in het dilemma; doorgaan of gewoon maar eventjes stoppen. Door een lintworm bij de nek gepakt, gedwongen stakende zakken op te snuiven en dan denkend aan jouw arm die gevoelig gevaarlijk dicht naast mij lag maar vanaf net alleen nog maar neukerij zal zijn. Als ik nu sterf vergeef ik je nooit.
Ik draag je graag op mijn slippers Ik draag je graag in een mandje Kom maar Ik draag je wel Graag
Grachten met varende boten lachende en rose drinkende Stoepen met lopende stilstaande zongenietende stads en landelijke mensen voor de fiets De stad ruikt naar leven Verwarmd versteende liefdes En Utrecht is op zoek naar iets
Trok opa overleden oma's handschoenen aan Zonder dat hij het wist zijn uitdrukking perfect de scene verstaan Tableau vivant als wij even waren De sneeuw al het kleur doen laten vergaan De wind alle vogels en vliegtuigen opgegeten Niets anders dan lucht om ons heen te bestaan En dan hij, zo stil en nooit zo oud Zijn handen bleven ijzig koud