Geef het geen gezicht Vier geen feest met mij Haat is een heel groot woord maar komt heel aardig in de buurt Wat als karma toch bestaat en God je om de oren slaat? Probeer mezelf te sluiten voor duizend bommen en granaten Zoekend naar een opstaand stronkje tussen platgetrapte tenen en piemels -slagveld- Er was eens een jongen die er een hekel aan had dat ik gewoon zei Hij kon niet weten dat ik een hekel heb aan vragen beginnend met waarom Ik heb je veel te serieus genomen
Bijzonder denk je te zijn met baard en hulpbehoevende bril anorexialook bijzonder je leeft moeizaam de mensen begrijpen jou niet jij bent onbegrijpelijk en ongenaakbaar ongrijpbaar en je kan niet normaal meer praten knikkend fronsend publiek, brillen en baarden jij zeikt geen mensen af jij laat iedereen in de waarde Je haat ze Maar je houdt vol want mensen klappen Je houdt vol want mensen lachen Je houdt vol Ook als je baard allang grijs is en je verhaard allang van ijs is Jij was wat de mensen verwachtten Je teert vol ongenoegen Op iets Wat anderen van jou vroegen
Ik las hem voor van sprookjes en de liefde Ik las hem voor en las mezelf Stop mij de staar op mijzelf, Bedorven kop, starre ogen, dof Op met staren naar anderen en hun geluk Britney Spears die ook nodig in een badpak moet Telefoon die nooit zo stil was Baby's om mij heen, lachende gezichten Ik haat al mijn exen zei hij Maar je gaat geen man achterna hollen op straat Ik telde alleen mijn blote manderijntje Het waren er geen tien
Zie ik wel hoe gelukkig ik was
Terwijl de groengele oordopjes vervormden in haar oren en zij nog net zijn snurk kon horen Stierf langzaam het gevoel van ongenoegen weg. Zij had gehuild met schaamte en pijn maar hij gaf haar geen reden om elders te zijn. Haar onstopbaar dramatisch verdriet Begreep een ieder en vooral zij zelf maar niet.
Ik heb geschreeuwd en gebeten maar nu wil ik het vergeten. Het leven is een mooie opzet en een goed idee Soms maar blijven proberen en toch vergeten, Soms...wat je ook doet, je kan niet mee.
Duizend doden opgestapeld op het hoogpolig vloerkleed in mijn hart. Het hoofd is hol en vol en leeg en mijn maag ook mijn armen... Passen niet om de mensen van nu Laten we in de hemel geloven en in Hemelse liefdes, wachten op de ouders Ik ben niet ongelukkig geboren. Tranen zijn niet op maar mijn wangen schijnen door. Ik bevreem mezelf en vlieg de rust geluk tegemoet zoals ik je ooit voelde Stralend...Starend Verdienden leef het goed
Geboren en getogen, Vrije gevangenis was jij Waar jaren voorbij vlogen Veel te gevaarlijk veilig voor mij
Belachelijke tranen herinneren haar aan de tijd van toen toen ongeluk nog heel gewoon was en zij het laatst gekozen kindje van de klas de man dacht te kennen en aan verdriet is gaan wennen Belachelijke woorden vliegen door de ruimte als zij haar zelfgeleide stuurtje los wil laten emotie geen toon recht lijkt te kunnen praten Belachelijk het besef dat na al dat bezwaaid door haar rug zij zich juist net bedenkt... ze wil terug
Een goed gesprek en een reis om het meer later Voelt ze zich moe maar zoveel beter. Lucht geklaard, zorgen bejaard. Die versheid moet ik vasthouden, dacht ze. De verrotte bacteriën op hun verjaardagsfeestje die zich tegoed doen aan de roze glazuurlaag Ze zegt niets Ze hoort zijn adem, de tv staat aan Voetbal Hij die haar van slag bracht Blikken gaf als een ander Hij zegt en herhaald wat Zij kan hem niet verstaan Ze kan hem niet vertellen wat ze is Hopeloos met in haar slappe armen Versleten stoffer en blik Als hij ophangt moet ze huilen
Door angst aangevreten vanuit het aangewezen hoekje beschreeuwt ze haar collegaatjes, dinnetjes en vriendje: Ik ben gek en mijn grootste fantasie is poepen op straat. Ik ben gek en dat zal ik altijd blijven. Met vriendelijke groet
Klein klein diertje op het grote pad (ik lees je zingend) Klein klein diertje op het grote pad Eerst was je een klein klein diertje En nu ben je plat
Even de jouwe Ooit de mijne Grote kleine dikke lijnen Vergeef mijn gore gapende wonden Welbekend en nu de zijne, Hartstik verstikkende pijnen niet te verkleinen Mijn Liefde...Verliet mij in een seconde
Je bent op hem gaan lijken en hebt zijn persoon doen verbleken door hem te verkleuren Ik vind het geloof ik niet zo leuk nieuwe mensen te leren kennen Dat ze mij leren kennen Hoe kan iemand anders me nou leuk vinden wanneer ik dat zelf niet vind. En zo keken zij naar hun kalender waarop maar weinig mensen stonden.
Als liefde snijdt en ik mijn geveinsde pijn weer en meer vermijd Zou jij me dan uit de drol willen tillen terwijl je het van stank bevrijdt?
Een tijd wat een klein kort tijdje leek was er eens wanneer ik niet in de spiegel keek En daar was toen ineens de dag dat ik naast een ooievaar in de wei ook mijn nieuwe cellulitis zag Onnodige schade
Met mijn blikje in het park beseffend dat anderen mij even troosteloos vinden als ik mijzelf. Zolang ik binnen zit met de gordijnen dicht kan ik me rustig blijven afvragen waarom ik niet kan wat ik zou willen.Ik zou met dieren op een berg willen zitten maar gladde leggings en pumps zitten in de weg.Ik zou willen praten als schrijven maar het schrijven vergaat me.Ik maak me druk om mij en jou en stel me weer eens voor hoe ik doe wat ik echt zou willen. Helemaal donker met alleen de palen schijnen licht. Het leven staat heel even stil voor mij. Ik adem uit, probeer te ontspannen. Ik denk eraan dat ik aan de drugs zou moeten.Dat ik minder kijk naar anderen in mijn spiegel. Ik weet het, dat is erg. Ik rij nog steeds dezelfde weg naar huis als tien jaar geleden en ik hou van de schaduw van de boom waartegen het hondje pist. Ik zou in therapie moeten, zelfs dat weet ik.En jij ook. Sloop je bel en hou je stil. Al het echt blijft getralied, blijft op de bodem. Ik weet niet of ik leuk ben, misschien kan jij me dat vertellen wanneer je slapend naast me ligt.

Hopeloze trut met je bodemloze put. Haat jezelf en begraaf jezelf maar hou alsjeblieft op met die paaseitjes

He ik zet er wel een N neer En, had u nog meer meneer? Breedbekkikkers en drollestrikkers Dit is geen rijm ja, dit is een verhaal Lekker leuteren met een beetje taal
In die hele rij met huizen stond een huisje zonder kruisje De man voor het raam, aan een tafel leek hij zittend te bestaan Zij vroeg zich af hoe lang hij al wakker was of kon hij soms niet slapen Had hij dingen in zijn hoofd, woorden? Ze verwachtte in hem een schrijver, en een somber leven zonder vrouw zonder dier zonder plezier Met opgegeven hoop kortgeslagen hoofd Ze wilde hem naar buiten sleuren om hem lachend met kleuren te besmeuren Ze wilde met hem zijn vreugde herpakken Misschien schreef hij ook wel over haar Misschien zag hij haar ook elke dag Misschien ook niet
Als ik jou vergelijk, beschrijf met mijn omslachtige gedrag Jou benen behaard bloot zie vrijen met mijn broek Neem ik nog liever de vraag aan van Hoge hakken onder haar dwalend vette haar Ongewassen en priemend maar wel lang Ze kijkt naar mij als ik mezelf opmaak Ze kijkt al lang naar me en kijkt net te laat weg
Wanneer een vreemde fluiter een kekke fogel ontmoet ; Zuivere schijterij
Ik voel hoe mijn moeizaam opgemaakte wimpers mijn neppe lach enigszins acceptabel proberen te maken Proberen met wat gouden glitters te omlijsten Ik hoopte dat ik jouw simpele grappen moeilijk kon maken Ik hoopte dat we verliefd konden worden Ik hoopte dat je me zou behagen
Mannetje pis en zijn perverse vrienden
Muisje kijkt Muisje ruikt Muisje eet Muisje poept Muisje komt niet als je het roept
Ik zie je Kleine pijn Grote zeer Ik zie je Aan- en hardleers, Afgeleerd verweer Ik voel je Afstand Twijfelachtige gek Fijne lelijkerd Voluit lachen Jij en de bek Glanzende tanden Golvende haren Bruin en krullend En goude randen Ik kan je wel houden Je hebben, je houwen Ik kan van je houden, Ik kan je verstaan Ik kan je wel houden Je hebben, je houwen Ik kan van je houden Maar ik kan je niet aan
De manier waarop mannen elkaar afmaken, Achter elkaars rug elkaars schedels kraken Woorden ontkrachten, karakters breken, Met 5 kilo bijlen vroegere jaloezieën verwreken Het zijn net vrouwen maar dan erger
Als je naam misbruikt wordt op tv Als je vorm misbruikt wordt op lichamen Als ze alles van je vinden wat je dacht te kunnen verbergen Als ze alles kunnen bedenken wat je zelf alleen dacht te hebben bedacht He gaat het een beetje met je? Ik mis vroeger Ik mis de zon die altijd scheen Ik mis hoe we waren Ik mis hoe we dachten te zijn Ik mis wie ik was
Haar stralen droegen brede schouders, de schaduw rottend lijk Ze probeerde alle spiegels uit, ze had niets anders om zich druk om te maken dus ze maakte er iets van Ze zei: jullie mannen met vouwfietsen zijn bijzonder en bijzonder lelijk Ze zei: als ik voor het stoplicht sta bij het vakantiehuis van meneer Spanning ben ik bang dat het zal ontploffen Ze zei: ik vind je lief maar ik kan je niet hebben En toen zei ze nog: Ik hoor de diertjes in de morgen maar toch zal de winter nog zo lang duren. Ze wist niet meer wat ze aan moest trekken om voor zichzelf de moeite waard te zijn Hij wist niet goed wat hij moest zeggen want hij was altijd naakt Ze werden geen vrienden.
Ik voel me ouder dan ik ben en lijk te zijn, een peuter met de negativiteit van een puber Ik vraag me af wat ik wil worden als ik later dood ben als mijn haar zal blijven zitten zoals het die dag zat Misschien moet ik eens goed mijn been breken Wellicht komt die stront dan eens uit mijn ogen
Leven is angst, zout in je ogen Knipper met je wimpers en blaas het uit de mijne
Het doet pijn aan mijn hoofd wanneer ik naar huis rijd de tv oud nieuws herhaalt, ongewis barre illusies bevrijdt Complementair contrast met de ongezondheid om ons heen elke machine bestuurd door de mensen, dees of geen En zelfs als jij mij wederom onwillekeurig bij mijn nekvel pakt, mijn helder gezicht gedwee door de slome stront heenzakt zelfs dan, dan nOg steken jullie mij aan met zieke gekte gein Stop heej ... stop daarmee Je bevreemd mij van mijzelf ja, dat mijn wie ik dacht te zijn Joh heej! Stop daarmee! Gebruik gewoon een zakdoekje
Als elke dag op de vorige lijkt wil ik je vragen Begraaf mij
Al mijn vriendinnen hebben anorexia, maar ik ben gelukkig wel de dunste. Als ik mijn neus naar beneden druk lijkt hij kleiner, zie je dat?
Tanks en ander wapentuig Kekke fogels met sokjes, mayoos en pofbroeken Samen kunnen ze het goed vinden "Heehee" Ik ben mezelf ik heb heel veel te vertellen, luister dan Want, ik ben namelijk persoonlijk meer van de oneliners. Weet jij wat anders? Nee, ga jij even volwassen doen in de hoek daar. Analyseer jij maar ik denk dat je wel weet hoe het beter kan Ik heb altijd gedacht dat je het beter kon maar heel eigenlijk bak je er niets van oja sorry je bakt luchtkastelen
"Die met die wimpers en die nagels. Echt ja, hallo. Dr tieten ook. Maar ze is niet goed joh, we denken dat ze borderline heeft..."
He, Hoe kan je dat nu verwachten van iemand met een kop vol dwaze gedachten Stom Met pijn in mijn hart pak ik mijn zorgen apart Proberend met nieuw zucht oud leed te verzachten Wie heeft een zwijn gemaakt van jou Schoon schip met matrozen Reeds verzuipend elkaar nog verachten, verkrachten Rennend in een bos van rozen
Als je dan een maandje al je haar laat staan zie je pas wat je echt bent
Er was eens, nog dit heden, een leven dat teveel vroeg Zijn pionnetjes keken hem peinzend aan Ze begonnen van angst heel enorm hard te dansen En allemaal dansen, dus niemand mocht staan Hun zwart- witte voetjes werden moe, zo moe maar de pionnetjes hielden stug vol Hun kopjes maakten grimassen naar elkaar En ze scheeuwden: Kijk naar ons, want wij hebben lol! (en ze geloofden het)
Als ik eens een hobby vind berg je dan maar
En maar anderen de schuld geven van je leven Wat is dat तोच Laat je me dat zien laat ik me uitlokken tot uitspraken Knetterende letters die ik zelf niet lijk te maken Wat is dat toch Die zwarte straal van niet nuttig opgekropte haat Mijn mond zoveel en zoveel te vaak in gruwelijke scherpe uitroeptekens verlaat Wat is dat toch Het niet verzetten van mijn wiebelig zware poten Ik wilde allang toch al daar gaan staan? En nog steeds sta ik hier maar wat te kloten Wat is dat toch Ik kan mezelf niet duwen blijf hier maar gewoon Kijk me dan kijken niet wetend wie ik ben Niet wetend op wie of waar ik ooit zou willen lijken Gadverredamme
Huilend keek ik naar mezelf. Sneihard huilend. Ouderwets tomeloos verdriet Mijn oogwit zacht en ik wilde dat het stopte. Ik wilde dat het nu eens eindelijk stopte maar ik en ik hadden samen besloten. Ik ben een hopeloos mens en ik snap helemaal geen kont van het leven. Gister nog bekeek ik je, dat je daar zo zat. Lief en klein en met jezelf. En wederom draai ik me om en in de knoop. Gisteren en vandaag kan ik vergeven maar echt hoe moet dat verder. Ik weet dat ik nooit zou kunnen vergeten dat ik vergat.
Cirkel door haar hoofd mijn vrind het jong is vies maar onze adem toch ook. Kan zij haar verbittering tegengaan koestert de momenten op haar mooie zwarte fiets. Geef haar een lekke band zodat ze kan lopen. De mens tegemoet. Het is tijd voor een vrolijke noot er zijn er zoveel die een glimlach verdienen. Wat moet je van me. Ik ben blij met mijn muizen. Ze zijn geen kat en ze houden niet van me denk ik maar we ontbijten samen met mueslibol en banaan. Ja hij zit er nog steeds maar negeer hem gewoon dat kan hij ook heel goed. Zogenaamd zijn we druk, te druk met figuurpoepen en prietpraten. Negeer hem alsof hij er al heel lang is of lang niet meer. Met zijn staart tussen zijn kloten zal hij wegkruipen afdruipen en we negeren hem. We liggen toch eigenlijk prima onder ons dekbed. Eigen schuld.
DENKEN. Maakt meer kapot dan je lief is. Ik ben niet raar; ik denk na.
Gulpengraaiers en schuinsmarcheerders Ik ben geschrokken van jullie en ik blijf maar schrikken Paniek verlamd mij als ik wakker word van de zoveelste knagende nacht Er kan geen pil tegenop. Waar moet het heen waar moet ik heen als het hierheen moet Ik blijf je zoeken we blijven rennen springen in elkaars armen zullen we elkaar en onszelf blijven verraden. Het voelt zo raar. Angst is verraad die niet vergaat bij de tandarts.