In die hele rij met huizen stond een huisje zonder kruisje
De man voor het raam, aan een tafel leek hij zittend te bestaan
Zij vroeg zich af hoe lang hij al wakker was of kon hij soms niet slapen
Had hij dingen in zijn hoofd, woorden?
Ze verwachtte in hem een schrijver, en een somber leven
zonder vrouw zonder dier zonder plezier
Met opgegeven hoop
kortgeslagen hoofd
Ze wilde hem naar buiten sleuren om hem lachend met kleuren te besmeuren
Ze wilde met hem zijn vreugde herpakken
Misschien schreef hij ook wel over haar
Misschien zag hij haar ook elke dag
Misschien ook niet
Als ik jou vergelijk, beschrijf met mijn omslachtige gedrag
Jou benen behaard bloot zie vrijen met mijn broek
Neem ik nog liever de vraag aan van
Hoge hakken onder haar dwalend vette haar
Ongewassen en priemend maar wel lang
Ze kijkt naar mij als ik mezelf opmaak
Ze kijkt al lang naar me en kijkt net te laat weg
Ik zie je
Kleine pijn
Grote zeer
Ik zie je
Aan- en hardleers,
Afgeleerd verweer
Ik voel je
Afstand
Twijfelachtige gek
Fijne lelijkerd
Voluit lachen
Jij en de bek
Glanzende tanden
Golvende haren
Bruin en krullend
En goude randen
Ik kan je wel houden
Je hebben, je houwen
Ik kan van je houden,
Ik kan je verstaan
Ik kan je wel houden
Je hebben, je houwen
Ik kan van je houden
Maar ik kan je niet aan
Als je naam misbruikt wordt op tv Als je vorm misbruikt wordt op lichamen Als ze alles van je vinden wat je dacht te kunnen verbergen Als ze alles kunnen bedenken wat je zelf alleen dacht te hebben bedacht
He gaat het een beetje met je?
Ik mis vroeger
Ik mis de zon die altijd scheen
Ik mis hoe we waren
Ik mis hoe we dachten te zijn
Ik mis wie ik was
Abonneren op:
Posts (Atom)