Haar stralen droegen brede schouders, de schaduw rottend lijk Ze probeerde alle spiegels uit, ze had niets anders om zich druk om te maken dus ze maakte er iets van Ze zei: jullie mannen met vouwfietsen zijn bijzonder en bijzonder lelijk Ze zei: als ik voor het stoplicht sta bij het vakantiehuis van meneer Spanning ben ik bang dat het zal ontploffen Ze zei: ik vind je lief maar ik kan je niet hebben En toen zei ze nog: Ik hoor de diertjes in de morgen maar toch zal de winter nog zo lang duren. Ze wist niet meer wat ze aan moest trekken om voor zichzelf de moeite waard te zijn Hij wist niet goed wat hij moest zeggen want hij was altijd naakt Ze werden geen vrienden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten