“Nu we het er toch over hebben,wil ik het toch even weten”

Ze had zijn ingestudeerde, misplaatste nonchalance allang door

Die haar bij zowel mannen als vrouwen zo tegenstaat

Ze heeft geprobeerd te negeren, verwijderen, vergeten

ze heeft gezegd; joh doe maar niet

ik wil dat ding dat niet bestaat,

stel je dat eens voor

zij zal hem niet zien, hij zal jou niet zien

haar woorden druipen tersluiks door je vergiet

ja houd je vast, beide handen aan je oor

En ze zal misschien even naar jullie kijken

met een oog dicht, de zon met een frons

Maar het zal in niets op jou fabelachtig antwoord lijken

Waarover jij steeds maar weer begon

Jou genoeglijke, onverschrokken ‘ons’

Geen opmerkingen:

Een reactie posten